
Het zat er na de bouw van de iGoliaths al een tijdje aan te komen: de bouw van een nieuwe voorversterker
Na de bouw van de iGoliaths met hun prachtige hoogglans gepolijste chassisdelen, viel de klassiek gebouwde Cleo-6 gehoorlijk uit de toon in het rek, waarbij zelfs mijn vrouw zich afvroeg of er niet iets anders voor in de plaats kon komen. Nu wil het geval dat ook hier de gevolgen van de crisis merkbaar zijn en daarom heb ik in eerste instantie een Classic-One gebouwd van rondzwervende onderdelen en die verkocht op Marktplaats om de oorlogskas te spekken. Het viel mij bij het inspelen al direct op dat deze voorversterker zeker niet onderdoet voor de Cleo-6 en op een ondefinieerbare wijze anders klinkt. "Beter" en "slechter" zijn kwalificaties die ik hier niet wil gebruiken. Deze voorversterker heeft wat meer body zonder ook maar iets aan detail in te leveren en zet het muziekbeeld wat steviger neer. De koper was in elk geval erg in zijn nopjes met de versterker en voor mij was dit alles de aanleiding om voor mijn volgende project een Classic-One als uitgangspunt te kiezen.
De opbouw
Van het 813 project waren 2 aluminium chassis overgebleven, waarvan ik er één heb gebruikt voor de eerste versie van de C-One en waar er één overbleef voor mijn projectje. Zoals je in mijn vorige verhalen hebt kunnen lezen, ben ik sinds het 813 project verknocht geraakt aan binnenchassisdelen. Deze U-frames passen precies in de U-frames van het alumium chassis en bieden een schat aan montageruimte zonder dat je allerlei gaten hoeft te boren in de chassisplaat of zij-frames. Je kunt je voorstellen dat ik met de beoogde gepolijste RVS-plaat al helemaal geen behoefte had om daar gaten in te boren.
Je kunt de frames makkelijk zelf maken. Je haalt een plaat aluminium van 1 mm dik bij de plaatselijke ijzerwinkel, zaagt of knipt daar stukken uit naar behoefte en vouwt ze om m.b.v. een paar stukken houten waartussen de plaat zit ingeklemd. Het omvouwen doe je ook met een stuk hout, wat je langs de lengte van het om te vouwen deel legt. Het laatste stukje doe je met een hamer waarmee je op de plank/lat klopt om een mooie scherpe hoek te krijgen. Eigenlijk niets aan. Je moet wel goed meten en rekening houden met de dikte van het materiaal. Mijn frames bestaan altijd uit 4 delen: 2 zijdelen en 2 tussenstukken waarmee compartimenten gevormd worden om de versterker van de voeding te scheiden en de netspanning van de in- en ouputs. Al met al verhoog je het montageoppervlakte met een factor 2.
De binnenframes hebben nog een niet geheel onbelangrijk voordeel.... door het inelkaar schuiven van de buiten en binnenprofielen onstaan er kokers die prima dienst doen als afscherming tegen alles wat kan storen. Je kunt de signaal inputs er doorheen laten lopen, maar het omgekeerde kan ook handzaam zijn. Bij de 813's met zijn 10Vac/5A gloeispanning was het een mooie methode om de wisselspanning weg te houden van de rest van de versterker. Het heeft dus duidelijk meerwaarde.
Het polijsten van de RVS-plaat heb ik deze keer uitbesteed. Het was overigens geen weer om anderhalve dag met een polijstschijf buiten te gaan staan. Na een uitgebreide zoektocht (waarbij veel polijstbedrijven hun neus ophalen voor dit relatief kleine werkstuk) vond ik een plaatselijk metaalveredelbedrijf in Leidschendam-Voorburg bereid om de chassisplaat te polijsten. Het kost wat (€ 80) maar dan krijg je ook iets terug waarin je je letterlijk kunt spiegelen. Hoewel het best een pak geld is, valt het mee als je bedenkt dat je er zelf een uur of 10 á 12 mee bezig bent.
In dit kleine stukje van de voorversterker zie je al 4 verschillende compartimenten: Het netdeel, schakelaar en kabels, de in- en ouput bussen, het overall voedingsgedeelte en een hoekje voor de ingangkeuze schakelaar.

Als we dan een stukje naar beneden zakken zien we het compartiment waar alle voedingscomponenten zijn ondergebracht... inclusief de buizenvoeten van de gelijkrichtbuisjes.

Zoals je kunt zien is alles lekker compact gebouwd. Dat dit ook een nadeel kan zijn bleek pas toen ik een JJ 100+100 verving door een BG WKZ. Je krijgt er ineens een centimeter of 4 á 5 bij waar je niet op gerekend had. Dat is dan ook de reden dat je de 47+47 Elco rechtop ziet staan/hangen met een paar lagen tape erover. Op het moment dat de foto gemaakt is was deze nog niet vastgekit aan het chassis en ik wilde het er maar niet op gokken dat de hoogspanningconnectoren tegen de bodemplaat aankwamen.

Na twee weken luisteren ben ik toch gezwicht en heb de 10H EI-kern chokes vervangen door 15H amorfe chokes.
Navraag bij TD leerde dat het werkingsgebied van de EI-kern chokes zich concentreert rondom de 100Hz, terwijl de amorfekern choke een veel breder werkingsgebied heeft en zelfs hoogfrequent afvangt. Gehoormatig lijkt er ook verschil te zijn, want de C-One lijkt met deze amorfe chokes iets makkelijker te spelen... alsof de muziek wat "losser" klinkt.
De reden hiervoor zou kunnen zijn (maar dat is een aanname) dat met het gebruik van de EI-kern chokes toch iets met de muziek meekomt wat als 'storend' of 'onnatuurlijk' ervaren wordt. Hoe het ook zij..... de aanpassing is voor mij de moeite van het werk ruimschoots waard. Vanwege de geringe afstand tussen de chokes, heb ik een aluminium tussenschot tussen de kernen gezet die deel uitmaakt van het chassis, zodat wederzijdse beïnvloeding grotendeels vookomen wordt.
Ik vermijd al jaren "mooi uitziende bedrading" Na het bouwen van mijn allereerste versterker (de KT88pp) waarbij ik veel oog had voor het estetische aspect maar veel last kreeg met ongewenste brommetjes, is mijn motto "zo kort mogelijk, zonder dat de kabels strak staan - niet te dicht naast elkaar en het liefst kruisen in een hoek van 90 graden" en dat werkt voor mij. Je ziet veel zelfbouwversterkers die er uitzien als kunstwerkjes, maar die veel problemen kennen met 50 of 100Hz brom of overspraak. Mijn bedrading mag er dan niet zo mooi uitzien, het is wel effectief.
Het versterkergedeelte
Je zou denken dat het allemaal draait om het versterkergedeelte. Dat is natuurlijk grotendeels wel waar, want de componenten die je hier gebruikt bepalen in hoge mate de eigenschappen van de voorversterker. Maar toch kan ik de invloed van de voedingscondenstoren en gelijkrichterbuisjes niet genoeg benadrukken. Besteed daar liever je zuurverdiende geld aan, in plaats van hoog audiofiele Reflektor 6H30 buisjes uit de jaren 70 van de vorige eeuw waar je al snel € 140 euro voor moet betalen.

Zoals je hierboven kunt zien gaat het bij deze versterker helemaal nergens over als je het over de gebruikte componenten hebt. De 2 paartjes gloeibalans weerstanden horen er eigenlijk niet eens in, maar ik ben zo eigenwijs geweest om er geen gelijkspanningsvoeding te gebruiken voor de 6H30 en 6H6. Deze buizen zijn zo totaal ongevoelig voor wisselspanning, dat ik het zonde van tijd, moeite en geld vond om ze te gebruiken. Wat overblijft zijn 10 Kiwame weerstanden, 2 Mundorff Silver-Gold ontkoppel condensatoren, 4 buizenvoeten en een potmeter. Zoals altijd is het "ijzerwerk" een veelvoud van de tijd die je nodig hebt om de componenten en bedrading te solderen.
Ik ben niet van plan om een uitgebreide bouwbeschrijving met afwegingen m.b.t. componentenkeuze neer te schrijven, want dat kan TriodeDick veel beter dan ik. Als je dus echte van de hoed en de rand wil weten, dan kun je beter bij hem op de site kijken.
De oplettende lezer zal vast al opgemerkt hebben dat mijn voedingsopbouw afwijkt van die van Dick en dat klopt als een bus. Ik had nog een paar Telefunken trafo's liggen met 240Vac en 2x 6,3Vac tapjes en heb die gebruikt voor deze C-One. De voeding is nu als volgt opgebouwd: CV4005 gelijkrichtbuisje, 8uF condenstator,15H choke, 47uF condenstator, 4K7 weerstand en een 100uF condenstator, waarmee ik bijna op de volt nauwkeurig op het doelvoltage uitkom.
Buisjes
Het grappige is dat mijn huis-tuin-en-keuken Sovtek 6H30P-DR buisjes beter klinken op deze versterkers als de superdeluxe Reflektor buisjes uit 1975. Op de Cleo-6 lieten zij de balans positief doorslaan, maar in de Classic-One is het tegendeel waar. Ik moet nog eens uitzoeken waarom dat is. De Sovteks klinken (in dit stadium) veel frisser dan de Reflektor buisjes. De CV4005 gelijkrichterbuisjes kennen zijn gelijke niet in dit type buisjes, hoewel de oude produktie Tesla's (6Z31) aardig in de buurt komen. De 6H6P-I buisjes zijn van russische makelij met het <OTK> stempel en afkomstig van een fabriek die ik niet ken. Ik heb destijds een doos met 30 stuks gekocht op eBay voor heel weinig en ben nog steeds blij dat ik dat gedaan heb.
Componenten
Componenten, chassis en trafokappen zijn afkomstig van Blaauw uit Schagen. Uitzondering daarop zijn de zilverkleurige EPCOS voedingscondensatoren en de ingangskeuzeschakelaar van Conrad. Het polijsten van de RVS plaat is gedaan door Haveman Edelmetaal uit Voorburg (waar je ook terecht kunt voor anodiseren en verchromen etc.) Het ontwerp kwam natuurlijk van TriodeDick.
De plaatjes
Verder resten mij alleen nog de mooie plaatjes van de voorversterker. Mocht je vragen willen stellen over het hoe en wat, dan kun je een eerste contact leggen via de mail-optie op deze site.




En hier staat hij in het rek met zijn grote broers....





